.jpg)
De Man (29) is antropoloog en doet onderzoek naar het etnisch profileren binnen de politie. Hij is, zoals je dat noemt, een echte intellectueel. Hij loopt er alleen wel tegenaan dat mensen geregeld zijn naam verkeerd uitspreken. En dat ze vragen waar hij vandaan komt - nee, waar hij écht vandaan komt. Nu loopt hij voor zijn onderzoek een dag mee met de politie.
Vergezeld door twee agenten, Maarten (41) en Emma (26), volgen we de Man tijdens een ongemakkelijke autorit. De Man is constant alert, bewust van de manier waarop hij wellicht gezien wordt, bezig met het idee of hij wel serieus genomen wordt. Het politieduo, met name Emma, is op hun beurt opgelaten doordat ze zich bestudeerd en bekeken voelen, bang om het ‘verkeerde’ te zeggen.
Na een stroef begin ontdooit het drietal langzamerhand en ontstaat er ruimte voor prille toenadering. Maarten blijkt iets minder bot dan eerder en is vooral afgeleid door de stress van zijn versie scheiding en zijn dochtertje die het moeilijk heeft. Emma kwam wat gereserveerd over, maar blijkt veel te reflecteren op haar werk en probeert zich ook maar staande te houden als jonge, vrouwelijke agent. Wanneer een oproep de patrouille auto binnenkomt, verdwijnt de gemoedelijke sfeer en ontstaat er plots een onverwachte situatie met een pijnlijke afloop.

.jpg)

.jpg)